NIO: ja of Nee?

Wat je moet weten voordat je de NIO-test af laat nemen

Ik sta in een rij voor de kassa van een plaatselijke supermarkt als Ellis,  de moeder van Marije,  me aanklampt. “Ik heb een brief over de NIO ontvangen. Ik twijfel erg of ik toestemming ga geven. Marije is altijd zo onzeker bij zulke toetsen. Stel,  ze heeft haar dag niet en de uitslag valt tegen, dan wordt ze de hele schoolcarrière achtervolgd door dat IQ-getalletje.”

Ik kan me de twijfels van Ellis heel goed voorstellen want wat zegt IQ nou over een succesvolle schoolcarrière? Ellis heeft inmiddels een beslissing genomen, maar weet jij al wat je gaat doen?

NIO: voor- en nadelen

Naast de Cito nemen veel scholen in groep 8 de NIO (Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau) af. Deze wordt voornamelijk gebruikt om te testen welk onderwijsniveau in het voorgezet onderwijs het beste aansluit bij je kind.

Ieder kind is anders en daarom is het goed om een aantal zaken op een rijtje te zetten, voordat je toestemming geeft voor de NIO. Om het je wat makkelijker te maken bij het nemen van een beslissing,  zet ik de mogelijke voor- en nadelen op een rijte:

 Voordelen:

  • De eindtoets en de volgsysteemtoetsen (LVS) die de leerling in de groepen 3 tot en met 8 maakt meet wat een leerling in 8 jaar onderwijs op school heeft geleerd. De NIO meet vervolgens wat een leerling ‘in huis heeft,’ wat zijn capaciteiten zijn. De NIO kan een mooie aanvulling zijn op de Cito.
  • De NIO is niet gebonden aan een vast moment in het schooljaar. Deze test kan volgens de makers op elk moment betrouwbaar worden afgenomen.
  • De NIO zou beter voorspellen en meer zekerheid geven. Op de langere termijn zou er een verschil waarneembaar zijn tussen de Cito en de NIO; de meeste leerlingen die op basis van de NIO schooladvies hebben gekregen, zitten  in klas 4,5 en 6 nog steeds op het geadviseerde niveau.

Nadelen:

  • De NIO wordt afgenomen in een groep. Vaak wordt deze test afgenomen door testassistenten/-leiders. Zij kunnen onmogelijk controleren of iedere leerling de bedoeling en aanpak van elke subtest begrepen heeft. En dit is wel een belangrijke voorwaarde voor testen als de NIO.
  • Sommige leerlingen durven uit schaamte niet te vragen wat de bedoeling is. Zeker niet als het al één keer is uitgelegd.
  • In een groep kunnen leerlingen sneller afgeleid worden door anderen.
  • Bij sommige leerlingen, zeker bij (hoog)begaafde, bestaat de kans dat ze zichzelf overschatten en daardoor impulsief en onnauwkeurig te werk gaan.
  • Kinderen meten zich in een groep vaak met/aan hun medeleerlingen en ze willen dan net zo snel klaar zijn met de subtesten, als de ander(en). Dat kan een negatieve invloed hebben op hun NIO-resultaat.
  • Uit de NIO komt een Totaal IQ; dit is opgebouwd uit een Verbaal IQ (o.a. woordenschat en met woorden kunnen redeneren) en een Symbolisch IQ (rekenen en ruimtelijk inzicht)
    Soms wordt bij het geven van een schooladvies alleen gekeken naar het Totaal IQ (gemiddelde). Een groot verschil kan toch een hoog gemiddelde geven met als gevolg dat er een verkeerd schooladvies volgt

Het resultaat van een IQ-test is niet meer dan het resultaat van een momentopname. En dat het toetsmoment van zeer veel factoren afhankelijk is blijkt wel uit het verhaal van Esther.

Uit de praktijk: Esther

Esther zat twee jaar geleden in groep 8. Een bescheiden, zeer intelligent meisje. Ze haalde altijd prachtige schoolresultaten. Ouders dachten geen moment na of ze de NIO wel of niet zouden laten afnemen. Ze hadden het volste vertrouwen dat hun verwachtingen bevestigd werden. Niets was minder waar. Uit de test kwam een getalletje, dat hen even flink van de wijs bracht. Omdat Esther op de dag van de afname van de NIO wat ziekig was en erg afgeleid werd door het lawaai op de gang, herpakten ze zichzelf snel, met het vertrouwen dat de Cito het tegendeel zou bewijzen.
Maar Esther’s zelfvertrouwen had door de NIO toch onbewust een flinke deuk opgelopen. Ze was zo gespannen voor de Cito dat ze bij elke vraag twijfelde. Gezien het matige resultaat had ze kennelijk de verkeerde keuzes gemaakt.

De leerkracht van Esther, een jonge onervaren man, begon op grond van deze gegevens nu ook te twijfelen over zijn eerder uitgesproken vertrouwen dat Esther toch echt een VWO-leerling zou zijn. Uit angst om straks door het voortgezet onderwijs aangesproken te worden op het geven van een mogelijk te hoog advies, nam hij het zekere voor het onzekere. Hij gaf Esther een HAVO/VWO advies.

Vakgemiddelde en vertrouwen

Inmiddels wist Esther dat als ze naar het VWO zou willen, ze een vakgemiddelde van 7,5 moest staan. Bovendien moest er voldoende draagvlak zijn onder de docenten.

Esther hoefde zich op de basisschool nauwelijks in te spannen. Daardoor moest ze in de brugklas enorm wennen aan het enorme hoeveelheid huiswerk. Ze had nog geen leerstrategie ontwikkeld. Gevolg was dat het eerste rapport in november erg tegenviel.

Vaststaande overtuiging

Esther en haar ouders vroegen zich af wat er nodig was om ervoor te zorgen dat ze de schoolresultaten verbeterden. Ze gingen in gesprek met de mentor. Toen deze naar de rapportcijfers keek en dit vergeleek met de NIO-uitslag en de Cito,  was zijn reactie:”oh, gezien de uitslagen van de toetsgegevens heeft ze een prima rapport. U mag blij zijn dat ze zulke mooie resultaten haalt want de NIO vertelt mij heel wat anders. Nee hoor, u moet niet de verwachting hebben dat 2VWO er in zit.”
Een ronduit teleurstellende reactie. En ik hoef je niet te vertellen wat dit deed met het zelfvertrouwen van Esther.

Externe hulp

De ouders van Esther lieten zich  niet van de  wijs brengen.  Ze vroegen om hulp en zo leerde ik Esther kennen. We zijn als team aan de slag gegaan om Esther weer zelfvertrouwen te geven. Inzicht in haar talent en leerstrategie zorgde ervoor dat Esther weer energie kreeg. Mijn advies om zich wat zichtbaarder op te stellen en om voor en na een proefwerk vragen te stellen aan de leerkracht, nam ze ter harte. Gevolg was dat de leerkrachten de voorheen zo stille Esther, beter leerden kennen en zagen wat ze werkelijk in haar mars had.

Hoe is het nu met Esther?

Esther was erg gemotiveerd en had uiteindelijk een schitterend overgangsrapport.
Ze zit inmiddels in 3VWO en heeft het uitstekend naar de zin. Naast school heeft ze nog voldoende tijd om te sporten en voor de sociale contacten.

Afgezien van de vraag of IQ überhaupt wel te meten is, merk je dat het meten van IQ in een groep erg misleidend kan zijn.

Ik vertrouw erop dat jij en de leerkracht na acht jaar basisonderwijs een voldoende betrouwbaar beeld hebben kunnen ontwikkelen, om samen met het kind tot een goede keuze te komen. Mocht je naar aanleiding van dit artikel nog vragen hebben mail me of bel: 0621486083.

In het kader van de privacy zijn de namen gefingeerd.

 

Geplaatst in blog, Uit de praktijk, Weblog.

2 reacties

  1. Heeft u ook ervaring met de nio test als een kind dyslexie heeft. Ik twijfel erg om school toestemming te geven voor de nio test. Ik lees hier ook veel nadelen. Ik hoor graag van u

    • Dag Vivianne,

      Ik heb nog niet veel ervaring in dat opzicht. Het toeval wil dat ik deze week een dyslexie-onderzoek van een cliënt ontving waarbij men gebruik had gemaakt van de resultaten van de NIO. Zij had het ‘geluk’ dat de NIO een resultaat liet zien dat passend was bij haar intelligentie en dat wat we waarnemen. We zien echter bij de zogenaamde creatief begaafde leerlingen vaak problemen met de NIO-test. Zij interpreteren op hun geheel eigen denkwijze de vragen. Deze kinderen zijn veel beter gebaat bij een IQtest afgenomen door een specialist in hoogbegaafdheid. De combinatie dyslexie en creatief denken zie je vaak. De vraagt blijft uiteraard: wat zegt een IQ test? Het blijft een momentopname. Mocht school dit verplicht stellen dan is het voor jullie het overwegen waard om een individueel onderzoek te laten afnemen bij een specialist en vervolgens dat resultaat te delen met school. Heb ik hiermee je vraag voldoende beantwoord.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *