AD(H)D

Hoogbegaafde kinderen en kinderen met ADD/ADHD vertonen veel overeenkomstige gedragskenmerken en worden dan ook vaak met elkaar verward. Wanneer beide eigenschappen samen voorkomen, is het lastig om te bepalen of bepaald gedrag onder de noemer ADD/ADHD of hoogbegaafdheid valt. Bovendien kunnen symptomen van ADD/ADHD en eigenschappen van hoogbegaafdheid elkaar versterken. Om te voorkomen dat leerlingen onterecht de diagnose ADD/ADHD krijgen, is het belangrijk dat de diagnose wordt gebaseerd op concrete observaties en testresultaten.

Overprikkeling en misdiagnoses

Overprikkeling zien we vaak bij hoogbegaafde kinderen. Dit gedrag kan tot verkeerde diagnoses leiden. Intellectuele en sensorische overprikkeling kunnen bijvoorbeeld leiden tot de misdiagnoses ADD/ADHD.

ADD/ADHD-stoornissen

Een kind kan hoogbegaafd zijn én ADD/ADHD hebben. Maar het kan ook zo zijn dat enkele kenmerken van hoogbegaafdheid onterecht voor ADD/ADHD aangezien worden. Dit komt vaak voor, de auteurs van het boek ‘Misdiagnose van hoogbegaafden‘ schatten dat in circa 50% van de gevallen de diagnose ADD/ADHD bij hoogbegaafden niet terecht is. Een juiste diagnose is belangrijk, want anders krijgt een kind onterecht stimulerende medicijnen voor aandachtsproblemen. Het probleem is dat deze medicijnen bij iedereen de spanningsboog vergroten. Je kunt dus niet na het gebruik van medicijnen  zeggen: ‘Zie je wel, het medicijn helpt, hij heeft dus ADHD.’ Want ook bij kinderen zonder ADD/ADHD wordt de spanningsboog groter.

Een overzicht van de verschillen tussen gedragingen die geassocieerd worden met ADHD en met hoogbegaafdheid:

Gedragingen die geassocieerd worden met ADHD (Barkley, 1990) Gedragingen die geassocieerd worden met (hoog)begaafdheid (Webb, 1993)
1. Onvoldoende vasthouden van de aandacht in bijna elke situatie 1. Slechte aandacht, verveling, dagdromen in specifieke situaties
2. Verminderd doorzettings- vermogen bij taken die niet onmiddellijk resultaat hebben 2. Laag doorzettingsvermogen bij taken die onbelangrijk lijken
3. Impulsiviteit, is niet in staat om bevrediging van behoeften uit te stellen 3. Het kritisch vermogen blijft achter bij de ontwikkeling van het intellect
4. Verminderde trouw aan orders die het sociale gedrag regelen of verbieden 4. Intensiteit kan leiden tot krachtmetingen met autoriteiten
5. Actiever, rustelozer dan normale kinderen 5. Hoog activiteitenniveau; kan weinig slaap nodig hebben
6. Moeilijkheden te gehoorzamen aan regels en voorschriften 6. Twijfelt aan regels, gewoonten en tradities

Observatie van de ouders is erg belangrijk bij het stellen van een diagnose. Als de problemen pas beginnen als het kind naar school gaat, is het de vraag of de diagnose ADD/ADHD juist is.

Kijktip

Lees meer

Maak een afspraak

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *