Help! ik kan het niet! Hoogbegaafd en leren omgaan met stress

Het leren van nieuwe dingen voelt voor sommige kinderen net als ijskoud zwemwater in de lente. Je weet wel: van die dagen waarop de buitentemperatuur al flink oploopt maar waarbij het water eigenlijk nog te koud is om in te zwemmen. Zodra je je teen in het zwemwater hebt gestoken ben je geneigd om deze onmiddellijk terug te trekken. Je wilt de kou immers mijden.

Dit mijdingsgedrag zie ik ook vaak bij hoogbegaafde kinderen die nog niet zoveel ervaring hebben met het werken in de zone van de naaste ontwikkeling. Naast vechten, angst en bevriezen is mijden één van de reacties op stress. De zevenjarige Saar was ook een meester in het ontwijken.

Uit de praktijk: Saar

“De leerkracht van Saar vermoedt dat ze concentratieproblemen heeft. De resultaten van de Cito zijn matig. En nu denkt de leerkracht erover om haar een jaar te doubleren. Mijn gevoel zegt heel wat anders maar ik kan er de vinger niet opleggen en daarom willen we graag jouw hulp”, zegt Marjan, de moeder van Saar.

Als ik Saar de eerste keer ontmoet kijkt ze me even onderzoekend aan maar dan is het ijs al snel gebroken. Ze huppelt mee naar de praktijkruimte. Haar woordenschat en de manier waarop ze haar gedachten onder woorden brengt vallen direct op. Ze vertelt me graag waar ze goed in is en zet haar talenten in een kleurrijke mindmap op papier. De woorden worden bedachtzaam opgeschreven. Bij elk woord controleert ze de spelling. Op een één of andere manier voelt Saar dat ik haar met bewondering gadesla. “Ik vind het niet leuk om fouten te maken. Ik kijk de woorden goed na,” zegt ze terwijl ze me aankijkt. Ze vervolgt: “Weet je, ik word altijd zo zenuwachtig van Citotoetsen en tempotoetsen. We zouden vandaag ook weer een tempotoets maken. Ik was blij dat ik eerder weg mocht. Hoefde ik die toets in ieder geval niet te maken.”

Kriebels in de buik

Als ik haar vraag wat er gebeurt als ze bijvoorbeeld een tempotoets moet maken, vertelt ze: “Ik krijg dan helemaal de kriebels en dan weet ik opeens het antwoord niet meer. Ik weet dan niet meer wat ik moet doen. Het liefst roep ik direct om hulp, maar dat mag niet van juf.”

Chaos in het hoofd

Het gedrag dat Saar beschrijft zie ik terug als we samen een spelletje spelen. Het spel doet een beroep op de ruimtelijk-visuele waarneming. We spelen het spel Ubongo eerst zonder zandloper en beginnen met twee puzzelstukjes. Ze heeft snel door hoe het spelletje moet en geniet zichtbaar van het succes. Na twee keer proberen, vraagt ze of we het een stapje moeilijker kunnen maken. De volgende stap gaat ook goed. Dan stel ik voor om de zandloper te gebruiken.Nu moet ze onder tijdsdruk de puzzelstukjes leggen. En direct begint Saar al een beetje zenuwachtig te lachen. Maar ze wil de uitdaging wel aangaan.

Zodra ik de zandloper omkeer zie ik dat ze onrustig wordt: ze zoekt de benodigde puzzelstukjes bij elkaar en al snel is duidelijk dat ze in alle stress die ze zichzelf heeft opgelegd de stukjes niet snel kan vinden. In tegenstelling tot het puzzelen zonder zandloper, legt ze de puzzelstukjes via trial and error neer.Als ze ziet dat de tijd voorbij is schuift ze de puzzel opzij met de woorden:”Dit kan ik niet.”

Rustig blijven

Ik pak de puzzel er nog eens bij en vraag haar rustig te kijken. Nu ziet ze dat ze in de stress het verkeerde puzzelstukje heeft gepakt. Vol vertrouwen legt ze daarna de puzzel.

We blikken samen terug. Vol overtuiging zegt ze:”Ja ik moet dus rustig blijven en net doen of die zandloper er niet is. Ik wil het nog een keer proberen.” Na twee keer proberen lukt het Saar om met de zandloper de puzzel op te lossen. “Ik vind dit een super leuk spel.”

1+1=3

Saar legt zichzelf onbewust veel druk op. Dit veroorzaakt chaos in haar hoofd. Door de zojuist beschreven  ervaring met het spel, weet Saar dat het haar helpt om te oefenen door geleidelijk aan meer druk op te bouwen. Op die manier gaat ze thuis ook de tempotoets oefenen. Saar bouwt hierdoor meer zelfvertrouwen op en dat is terug te zien in de klas. Ook de leerkracht ziet in de klas een positieve verandering. De stimulerende reactie van de leerkracht op deze verandering, versterkt het vertrouwen van Saar:1+1=3. De resultaten verbeteren.

Herken jij je leerling in Saar? Onderzoek dan eens hoe je leerling omgaat met stress. Gevoelige kinderen als Saar leggen de lat hoog voor zichzelf. Saar werd onrustig en liet in de klas zoekend gedrag zien. Ze blokkeerde en haalde daardoor tegenvallende resultaten. Hierdoor kreeg de leerkracht minder vertrouwen in haar waardoor het zelfvertrouwen nog minder werd: selfulfilling prophecy.

Lees hier meer over zelfregulatie bij kinderen

Geplaatst in blog, Executieve functies, Hooggevoeligheid, Leren leren, Uit de praktijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *