Hoogbegaafd en in de weerstand? 10 tips voor een positieve wending

Leestips

Het boek waarvan je wilde dat je ouders het hadden gelezen  –  Philippa Perry

Kinderen zijn geen puppy’s , de kracht van zelfsturing in opvoeding –  Jürgen Peeters

Positive discipline – Jane Nelson e.a.

Zo kun je mij bereiken – door Patricia Antersijn e.a.

Red mij niet – Sanne van Arnhem

“Dat heb ik weer!”

“Dat heb ik weer!! De juf begrijpt me niet. En de kinderen in mijn klas ook niet.” Ik hoor het hoogbegaafde kinderen in mijn praktijk vaak zeggen. En vanuit mijn ooghoeken zie ik de wanhoop in de ogen van de aanwezige ouder(s). Herkenbaar?

Je wilt dan wellicht als ouder het liefst je kind naar een (leer)omgeving verplaatsen waar het zich wel gezien, gehoord en begrepen voelt. Maar gaat dat altijd de oplossing zijn? Soms is het inderdaad beter om ‘het hete badwater’ te verlaten en op zoek te gaan naar een andere school. Zeker als er al erg veel gebeurd is. Maar ik ken ook situaties waarbij het stellen van een vraag al kan zorgen voor een groot verschil.

Hoe een zaadje tot wasdom kwam

Op het moment dat een kind zulke wanhoopskreten uit, kan het stellen van de juiste vraag de zaak positief in beweging zetten. Zie het maar als het planten van een zaadje.
Zo herinner ik me het volgende nog heel erg goed: jaren geleden, toen ik op de middelbare school zat, kwam ik mopperend uit school en vertelde dat ik voor de zoveelste keer ‘de kar moest trekken’ bij een project. In mijn optiek was dat erg oneerlijk want deze leerkracht wees nooit een andere leerling aan. Mijn vader bleef heel kalm en stelde me alleen de volgende vraag: “Wat zou je van deze leerkracht kunnen leren?”

In eerste instantie was ik verontwaardigd dat mijn vader het niet voor me opnam. Vervolgens ben ik toch gaan nadenken over zijn vraag. Mijn vader had zijn doel bereikt: hij had een zaadje geplant en dat kwam tot wasdom. Want de eerstvolgende keer dat diezelfde leerkracht mij weer verzocht de leiding te nemen, wist ik dat ik ‘nee’ als antwoord kon geven. Tot mijn verrassing accepteerde de beste man het antwoord en koos een andere leerling. Door die ene vraag van mijn vader leerde ik dat als ik iets wilde veranderen aan een situatie, ik een keuze had en zelf de regie kon nemen.

De tienjarige Douwe voelde zich ook onbegrepen. Lees hier hoe een eenvoudige vraag zorgde voor een positieve wending in het leven van deze tienjarige:

Uit de praktijk: Douwe

En zo zat de tienjarige Douwe voor me omdat hij de laatste maanden vaak in de clinch lag met zijn vader. Ook op school had hij regelmatig aanvaringen met zijn klasgenootjes. “Jij en mijn moeder zijn de enige personen die mij snappen. Mijn vader snapt me echt helemaal niet,” moppert Douwe.
“Tjonge, dat lijkt me erg vervelend….” Mijn reactie voelt Douwe vervolgens als een uitnodiging om eens even flink zijn beklag te doen over zijn vader en klasgenootjes.

‘Ik heb niets gedaan’

Als Douwe is uitgeraasd en gekalmeerd, kijkt hij me veelbelovend aan. In plaats van dat ik hem de oplossing geef, stel ik hem de volgende vraag: “Je vader en de kinderen uit je klas begrijpen je niet. Maar wat heb jij al gedaan om te zorgen dát ze jou gaan begrijpen?” Douwe kijkt me verbaasd aan en schiet daarna in de verdediging. Het is duidelijk dat hij deze reactie niet verwacht had van mij. Als ik hem zwijgend aankijk, wordt hij stil. Vervolgens mompelt hij een aantal onverstaanbare zinnen. Als ik hem vraag of hij nog even kan herhalen wat hij daarnet zei, slaakt hij een diepe zucht en zegt: “Niets. Ik heb eigenlijk niets gedaan.”

De cirkel van invloed

Dat is in ieder geval een eerlijk antwoord van Douwe. Ik pak het filmpje van de cirkel van invloed erbij en vraag Douwe of hij dit even wil bekijken. Na afloop vraag ik hem wat hij van het filmpje geleerd heeft. “Hmm tja, eigenlijk zoiets als dat als je iets wilt veranderen je daar zelf iets aan kunt doen. Maar ook dat je moet accepteren dat je sommige dingen niet kunt veranderen.”

Samen bekijken we de cirkels en vertel ik nog een keer waar ze voor staan: “de grootste cirkel, de buitenste, is de cirkel van betrokkenheid. Binnen deze cirkel valt alles waar je op een één of andere manier bij betrokken bent, maar waar je niet direct invloed op uit kunt oefenen. 
De tweede (binnenste) cirkel, is de cirkel van invloed. Binnen deze cirkel vallen alle omstandigheden en personen waarbij je betrokken bent én waar je wel invloed op kunt uitoefenen.

Niet klagen, maar vragen

Douwe beaamt dat de situatie waarin hij zich bevindt in de cirkel van invloed zit. Hij valt even stil en als ik vraag hoe hij ervoor kan zorgen dat zijn vader hem beter gaat begrijpen. Zijn moeder geeft hem vervolgens een hint: “Douwe, je wilt graag dat papa naar je luistert, wat zou dan een eerste stap kunnen zijn om dat doel te bereiken?” Douwe snapt de hint en zegt zacht: “hmm ja niet gelijk boos worden als papa me niet snapt.”
Douwe is het met me eens dat hij voortaan beter kan vertellen wat hij nodig heeft en wat hij wil: ‘niet klagen maar vragen’.

Hoe is het nu met Douwe?

Na een aantal weken zie ik Douwe weer terug in de praktijk. Dit keer is zijn vader er ook bij. Aan de grapjes die deze twee onderling maken, merk ik dat de sfeer verbeterd is. 

Douwe kijkt me opgewekt aan als ik hem vraag hoe het nu met hem gaat: “Ja, veel beter. Ik heb zelfs twee vrienden in mijn klas.” Vervolgens kijkt hij zijn vader aan en zegt: “En mijn vader snapt me nu veel beter.”
Als ik blij verrast vraag hoe deze positieve situatie is ontstaan, vertelt Douwe het volgende: “Haha, ja wat jij toen tegen me zei: niet klagen maar vragen…..Ik denk nu eerst goed na over wat ik wil. En daarna merk ik dat ik het rustig kan vertellen. Als ik rustig blijf, zie ik dat mijn vader maar ook de kinderen uit mijn klas veel beter luisteren.”

Arjan, de vader van Douwe, kijkt trots naar zijn zoon en zegt: “Ja, Douwe, je bent echt goed bezig. Ik zie nu een jongen die zijn kop niet meer op tafel gooit, als ik je niet snel genoeg begrijp. Je bent geduldiger en ik merk dat je steeds beter kunt uitleggen wat er in je hoofd omgaat en wat je van mij nodig hebt.”

Nodeloos redden

Eveline, de moeder van Douwe, voegt er nog aan toe: “Ik heb bewust een paar stapjes achteruit gedaan in de afgelopen periode. Ik sprong voorheen te vaak voor hem in de bres. Het stellen van de juiste vragen en af en toe een kleine herinnering hebben ervoor gezorgd dat Douwe nu zelf in beweging komt.
Het heeft mij inzicht gegeven dat je met nodeloos redden je kind eigenlijk alleen maar passief en afhankelijk maakt. 
Ja, het zweet moet op de juiste rug.”

Succesvol steunen: de drie basisbehoeftes

Als je je kind succesvol wilt steunen is het belangrijk je bewust te zijn van drie psychologische basisbehoeftes. Welke dat zijn leg ik hier uit:

Edward L. Deci en Richard M. Ryan zijn wetenschappers die al meer dan veertig jaar onderzoek doen naar het begrip motivatie: wat zijn de redenen waardoor mensen in beweging komen om beslissingen te nemen, zich te ontwikkelen en te veranderen.

Uit het onderzoek (1985, 2000) bleek dat er drie psychologische behoeftes aan ten grondslag liggen:

  • Een gevoel van autonomie: de mogelijkheid om je eigen leven te kunnen leiden en zelf te kiezen en te handelen.
  • Een gevoel van competentie: het gevoel hebben dat je iets kunt, dat je grip hebt op een situatie en het resultaat van je handelen.
  • Een gevoel van verbondenheid: de wens om positieve relaties op te bouwen met anderen. Je gezien, gehoord en geliefd te voelen.

Dit zijn de drie basisbehoeftes van het menselijk welzijn. Dus als je je kind succesvol wilt steunen dan is de garantie op succes groter dat je je bewust bent van deze drie behoeftes en dat je deze respecteert.

10 tips op weg naar een positieve wending

Herken jij je kind in Douwe? Legt je kind ook vaak de oorzaak buiten zichzelf en blijft het hangen in geklaag of slachtoffergedrag? Deze tips helpen je hopelijk op weg naar zelfinzicht en verandering:

  1. Blijf uit de dramadriehoek. Red eerst jezelf: ouders zuurstofkapjes eerst. Je schrikt mogelijk erg van wat je kind allemaal laat horen  Zorg dat je weer van zone rood in het groen komt. Tel even tot 10 of tel de boeken in de boekenkast of de kopjes die op tafel staan. Tellen zorgt ervoor dat je uit je emotie blijft en kalmeert (Bron: FOCUS aan/uit). 
  2. Vraag jezelf af wat er echt aan de hand zou kunnen zijn. Is de situatie werkelijk zo ernstig zoals je kind het schetst? Jij kent je kind het beste. Er zijn kinderen die flink wat theater inzetten om duidelijk te maken wat hen dwarszit. In dat geval is het extra belangrijk om kalm te blijven en je af te vragen of je de aanklacht wellicht kunt delen door 10. 
    Er zijn ook kinderen waarbij je de klacht keer 10 moet nemen: de stapelaars waarbij het hoge woord er pas uitkomt als het bijna te laat is. Ook in dit geval is het belangrijk om kalm te blijven.
    Blijf jij kalm, dan kalmeert je kind ook.
  3. Ga even mee in de emotiekuil: door even mee te gaan in de emotie van je kind en het gevoel te erkennen zul je merken dat je kind sneller kalmeert. Bijvoorbeeld: “Tjonge, ik snap dat je dat oneerlijk vindt. Dat is ook vervelend.” Of “Hè, wat rot voor je. Het is ook niet fijn als je je niet begrepen voelt.”
  4. Smeed het ijzer als het koud is, oftewel: zorg voor een goede timing voor het stellen van een vraag. Als je kind nog hoog in de emotie zit dan zorgen vragen alleen maar voor nog meer prikkels. Bovendien moet de opgekropte emotie er uit. Soms kan een knuffel of even met rust gelaten worden voor dat moment genoeg zijn. 
  5. Duw niet, trek niet en geef geen ongevraagd advies. Jouw vragen kunnen je kind ongerust maken en zonder dat je het wilt voelt je kind je mening of oordeel. Dit kan opnieuw zorgen voor weerstand. 
  6. Heb geduld: de fase van ontkenning (het ligt niet aan mij maar aan de ander) kan soms langer duren dan je wilt en ik snap dat dit je kan irriteren en dat je het liefst zelf in actie komt om de situatie te veranderen. Onthoud dat je hiermee onbewust een signaal afgeeft dat je kind niet competent genoeg is om het probleem op te lossen. Herinner je je nog het blog waarin ik schreef over het kind dat zei ‘je moet me niet van de duikplank afduwen als ik er nog niet klaar voor ben?’ Kortom, als je kind er klaar voor is, dan komt het wel in beweging.
  7. Zorg wel voor kaders en heldere verwachtingen: in de tijd dat je kind nog niet toe is aan stappen richting verandering, is het wel belangrijk dat je duidelijk bent in wat je in de tussentijd van je kind verwacht: “ik snap dat je nog even de tijd nodig hebt. En je mag gerust je gevoel uiten. Ik stel voor dat we daar een vast moment voor kiezen.” Laat vervolgens even ruimte voor een reactie van je kind.
  8. Stel vragen waarmee je helder krijgt wat de wens is van de ander. Voorbeelden van dergelijke vragen zijn:
    – ‘Wat heb je nodig om je beter te voelen?’
    – ‘Wat gaat er op dit moment wel goed?’
    – ‘Wanneer zou je tevreden zijn?’ Wat is er dan veranderd?’
  9. Teken het gesprek. Door het visueel inzichtelijk te maken, krijgt je kind overzicht. Ervaring leert dat de situatie minder somber is dan gedacht.
  10. Stel vervolgens een vraag die gericht is op actie:
    – ‘Wat kun jij doen om te zorgen dat je je beter gaat voelen?’
    – ‘Wat is de eerste stap in de goede richting?’

Als het goed is, heb je nu een zaadje geplant en komt je kind in beweging. Het tempo waarin je kind in beweging komt kan uiteraard verschillen. Toon belangstelling heb geduld en vertrouw erop dat je kind het zelf oplost..

Uit het oogpunt van privacy zijn de namen in dit blog gefingeerd

Wil je leren hoe je precies díe vraagt stelt, die leidt tot het juiste gesprek? Klik hier
Vond je dit nuttig? Dan kun je het delen!
Geplaatst in Blog, Executieve functies, Gedrag en emoties, Gedrag en opvoeding, Leren leren, Mindset, Uit de praktijk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.