Hoogbegaafd: van lijden naar leiderschap

Iets nieuws leren kan zo’n enorme kick geven, weet ik uit ervaring. Het geeft je energie en het is de motor om nog meer nieuwe dingen te leren. Waarom gaat het leren bij veel hoogbegaafde kinderen dan met zoveel frustraties gepaard? Hoe kan het dat zulke talentvolle kinderen het plezier in leren zo snel verliezen? Hoe kan het toch dat dit voor hen en  daardoor ook voor de omgeving zo’n lijdensweg kan zijn?

In mijn zoektocht naar de antwoorden en vooral naar oplossingen werd ik o.a. geïnspireerd door mijn moeder en  twee onderwijswetenschappers, John Hattie en Joseph Kessels.. Het komt in je ogen misschien over als een wonderlijke combinatie maar ik ga je uitleggen waarom zij mij juist inspireerden:

Laat ik beginnen met één van de belangrijkste personen in mijn leven: mijn moeder. Ze is helaas in 2013 overleden maar ze was en is nog steeds mijn rolmodel. Zij was degene die me als kind veel zelfvertrouwen gaf en ruimte om mezelf te ontwikkelen. En nog steeds zijn er situaties in mijn leven waarbij ik aan de woorden van mijn moeder denk.

Geen vervolgopleiding

Mijn moeder groeide op als oudste in een gezin van acht kinderen. Ze was net zo talentvol als haar  zes broers en jongste zusje maar mocht na de basisschool niet verder leren. Ze moest als oudste van het gezin, haar moeder helpen. Ik praat over de dertiger jaren van de vorige eeuw en zo ging dat in die tijd. Ondanks het feit dat ze geen vervolgopleiding mocht doen heeft ze zichzelf enorm ontwikkeld.

Als jong meisje stond ze haar moeder bij toen haar vader, die een meubelmakerij had, ernstig ziek werd en niet meer kon werken. De inkomsten vielen weg maar toch wisten ze als gezin met een inwonende opa het hoofd boven water te houden.

Ze maakte in haar puberteit de oorlog mee. Ze kreeg het coupeusevak onder de knie en naaide van oude overhemden en kostuums van haar vader, kleding voor haar opgroeiende broertjes en zusje.

En toch heel succesvol

Samen mijn vader, voor wie ik net zoveel bewondering heb, heeft ze een prachtig bedrijf opgebouwd, vier kinderen opgevoed en was ze ook nog mantelzorger voor mijn oma en zieke tante. Als we hier beroepen aan zouden moeten koppelen dan zou ze hotelmanager, chefkok, facilitair medewerker, verkoopspecialist, verpleegkundige en mental coach zijn. En dat zonder opleiding.

Rustig blijven

Van haar heb ik, ongeduldig als ik was, geleerd dat als je iets wilt leren je rustig moet blijven. Dan pas kun je zorgen voor overzicht en krijg je de ruimte in je hoofd om te zien dat je maar weinig nodig hebt om creatieve oplossingen te bedenken.
Ze liet me inzien dat je jezelf niet altijd zo serieus moet nemen, dat je mag lachen om je fouten, dat je best even mag balen als iets niet lukt maar dat je daarna de draad wel weer moet oppakken, wil je je doel bereiken. Zij leerde me de uitdaging te zoeken die ik op school miste.

Een grappige uitspraak met een ernstige ondertoon

En van mijn moeder ga ik naar onderwijswetenschapper John Hattie. Hij deed een uitspraak tijdens een interview van het dagblad Trouw waar mijn moeder net ik, om zou moeten lachen maar waar ze ook de ernst van inzag. Ik citeer wat Hattie zei: “Als ik in het Nederlands onderwijssysteem was opgegroeid, was ik behanger of crimineel geworden.”

Hattie bestudeerde in de afgelopen 20 jaar meer dan 65.000 wetenschappelijk onderzoeken over onderwijs en leerkrachten. Hij schreef meer dan 16 boeken waaronder het boek dat in het Nederlands vertaald is: leren zichtbaar maken.

Hij geeft aan dat kinderen in het Nederlandse onderwijssysteem veel te vroeg een keuze moeten maken. Kinderen maken immers na hun twaalfde nog zoveel groeispurten door.
In zijn ogen verspillen we zoveel talent. Er wordt volgens hem 90% besteed aan oppervlakkig leren: aan kennis en feitjes. Als je iets voor het eerst leert draait het daar volgens hem ook wel om maar als je meer ervaring krijgt moet de balans verschuiven naar inzicht, begrip en toepassing.

In zijn ogen speelt de leerkracht een hele belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen. Als je volgens hem als leerkracht als het ware door de ogen van een leerling kijkt en de leerling duidelijk maakt waar hij naartoe werkt, kun je hem de juiste opdrachten en feedback geven om effectief iets nieuws te leren.

Onderwijs werkt volgens hem pas echt als kinderen het leuk vinden om uitgedaagd te worden, als ze durven aan te geven wat ze niet begrijpen, als ze iets willen leren, als ze fouten durven te maken. Daarvoor is enorm veel vertrouwen nodig.
Dit onderschrijf ik zeer. Niet alleen de leerling heeft vertrouwen nodig maar de leerkracht op zijn beurt ook van zijn omgeving. Pas dan voel je ruimte om te doen wat een kind nodig heeft.

Een betekenisvolle leus

Naast vertrouwen is autonomie een groot goed.  En ik vraag me daarom net als Emiritus Hoogleraar Human Resource Development Joseph Kessels  af ‘waarom de autonomie ophoudt zodra een kind een schoolgebouw binnenkomt’. Hij citeerde een leus die hij op muur in een Zuid-Frans provinciestadje zag staan en die ik zou willen inlijsten:  ‘Je ne suis pas né pour être dirigé,’ oftewel: ‘Ik ben niet geboren om gemanaged te worden.’

Geen plezier meer in leren

In mijn werk zie ik bijna dagelijks hoogbegaafde kinderen die belemmerd worden in hun autonomie en die geen passend onderwijs krijgen waardoor ze het plezier in leren verloren hebben. Ondanks hun talent voelen ze zich vreselijk dom omdat ze niet weten hoe ze hun talent moeten inzetten. Of Jongens en meiden die op de basisschool torenhoge resultaten haalden, een paar jaar op het Gymnasium doorbrachten en vervolgens afstroomden naar VMBO of Kaderonderwijs omdat ze leervaardigheden missen. Verhalen van ouders die met lede ogen zagen dat hun nieuwsgierige, vrolijke peuter veranderde in een bijna ontembare furie.

Gratis toolkit over hoogbegaafdheid? Klik hier

Gebrek aan begeleiding en onterechte labels

Hoogbegaafde kinderen missen een omgeving waarin ze vertrouwen voelen en autonomie. Een omgeving die door hun ogen kijkt en ziet wat ze nodig hebben, hen duidelijk maakt waar ze naartoe werken, een omgeving die naar hen luistert en hen de ruimte geeft.

Ze verliezen daardoor het zelfvertrouwen, de motivatie en haken soms vroegtijdig af. Of  ze krijgen onterecht labels opgeplakt omdat er gedacht wordt dat er iets mis is met deze kinderen. Ja en dan wordt hetgeen wat Hattie zegt soms waarheid: dan ga je dingen doen waar je niet gelukkig van wordt of waarmee je een ander en uiteindelijk jezelf verdriet doet.

Een 3Dmaatschappij met 2Doplossingen

We leven niet meer in een maatschappij waarbij je studeert, werkt en tenslotte met pensioen gaat. Innovatie-expert Jef Staes noemt dit ook wel een 2Dtijdperk. (Bron: Peeters, Jurgen, kinderen zijn geen puppy’s).We leven nu in een 3D-maatschappij waarin meer flexibiliteit mogelijk is.  Zo kun je ervoor kiezen om naast je werk te studeren, of om na je studie weer een nieuwe studie op te pakken om vervolgens een carrièreswitch maken te maken. We leren een leven lang.

Zet de huidige 3Dkinderen in een 2D-omgeving en ze presteren ondermaats. En voor die problemen worden dan 2D-oplossingen bedacht zoals remediëren of bijscholen. Gevolg is dat de frustraties toenemen en leren frustreren(d) wordt.

Toeval bestaat niet

Enfin toeval of niet, terwijl ik  plaats wil nemen aan het bureau in de werkkamer om dit blog te schrijven, valt mijn oog op de boeken die dienst doen als verhoging van de laptop van mijn echtgenoot Hans. Vanwege de Coronacrisis werkt hij thuis. En met deze verhoging wil hij nekklachten voorkomen. En je ziet het al op de afbeelding: het stapeltje wordt o.a. gevormd door het boek  van John Hattie (zelfs in tweevoud) en Joseph Kessels.

Een belangrijke boodschap

Hoewel ik me had voorgenomen om direct aan de slag te gaan, kan ik de verleiding niet weerstaan om toch weer even door het boek van Hattie te bladeren. De bemoedigende blik van mijn moeder op de foto die rechts naast me aan de muur hangt, geeft me een extra zetje. En wat ik anders zelden doe is dat ik nu eens begin met het lezen van de inleiding.

Hierin lees ik over hoe de ziekte van Hattie’s zoon die op tienjarig leeftijd leukemie had, en zijn genezing een bron van inspiratie was voor de belangrijkste boodschap in zijn boek, namelijk: welke impact de omgeving heeft op de ontwikkeling van een kind.

Talent alleen is niet genoeg

Aan talent alleen heb je immers niet genoeg. Ik probeer dat altijd als volgt inzichtelijk te maken: als basis gebruik ik altijd ‘de formule’ van Tijl Koenderink (2012): talent x inzet x strategie = resultaat. Aan deze formule heb ik zelf het volgende toegevoegd: talent x inzet x strategie x zelfvertrouwen/ emotieregulatie = resultaat.

Stel een kind heeft veel talent, lage inzet en geen strategie dan is het vrij logisch dat het resultaat teleurstellend is. Je hoeft geen accountant te zijn om te snappen dat een kind met minder talent, hoge inzet en een bewuste/passende leerstrategie veel betere resultaten haalt.

De pedagogische driehoek van ouders, leerkracht en kind

Ik geloof heilig in de pedagogische driehoek. Om ‘de trein op het goede spoor te zetten en aan het rijden te krijgen’ is een goede samenwerking tussen ouders, leerkracht en kind een voorwaarde: zonder relatie, geen prestatie. En zoals Hattie al benadrukte, is er voor een goede relatie veel vertrouwen nog.

Van lijden naar leiden

Je kunt nog zoveel uitdaging aanbieden maar aan uitdaging zonder ‘handleiding’ heb je niet zoveel. Hoogbegaafde kinderen zullen net als ieder ander kind leervaardigheden moeten ontwikkelen. Het aanleren van nieuwe vaardigheden kan met de nodige emoties gepaard gaan. Een jong kind laat dit vaak nog ongefilterd zien. Hierdoor leer je als leerkracht of ouder meestal ook iets over je eigen emoties: blijf je kalm of schiet je zelf in de stress? Leg je het vergrootglas op het kind of kun je ook in de spiegel kijken en zien wat jij kunt doen?

Leren is een proces dat je samen aangaat. En dat gaat het makkelijkste als de omgeving, ouders en leerkrachten, vanuit wederzijds vertrouwen op één lijn zitten. Een omgeving die net zoals mijn moeder dat bij mij deed, het kind leert kalmeren als het niet in één keer lukt. Een omgeving die zich verdiept in het kind door goed te luisteren en te observeren zodat men weet wat er nodig is om het kind te motiveren. Alleen dan zetten we het ‘lijden’ om naar ‘leiden’: positief leiderschap en zelfsturing.

Samengevat:

  • Neem als school ouders en kind serieus
  • Werk vanuit de ‘heilige drie-eenheid’ (pedagogische driehoek) en communicatie: zonder relatie geen prestatie.
  • Zorg voor verbinding, veiligheid en wederzijds vertrouwen
  • Hou het doel voor ogen en maak verbinding
    Ga er als leerkracht en ouders vanuit dat jullie een gezamenlijk doel hebben: je wilt beiden dat het kind met plezier naar school gaat. Zet je negatieve overtuigingen opzij en probeer je te verplaatsen in het kind. Dit zorgt voor verbinding in plaats van verwijdering.
  • Blijf kalm, ga zo nodig even mee in de emotiekuil en zorg voor een coachende benadering: alle begin is moeilijk en leren kan soms erg frustrerend zijn zeker als het kind nauwelijks de ervaring heeft gehad om zich in te moeten spannen.
  • Stel vragen in plaats van dat je direct antwoord geeft: we zijn als volwassenen geneigd om heel snel een antwoord te geven als een kind een vraag stelt. En dat terwijl hoogbegaafde kinderen vaak prima in staat zijn om door de juiste vraagstelling zelf op het antwoord te komen.
  • Geen tijdsdruk: Sommige kinderen hebben bij directieve vragen soms even wat prutteltijd nodig. Op die manier kunnen ze beter hun gedachten ordenen.
  • Toon empathie: als een hoogbegaafde leerling voor het eerst wordt aangesproken op zijn niveau, dan voelt dat aanvankelijk als ijskoud water. Denk maar eens terug aan je eerste rijles. Dat voelde mogelijk ook alsof de auto met jou reed in plaats van jij met de auto.
  • Laat het stereotype beeld van dé VWO-leerling eens los en heb vertrouwen in elke leerling.
    Niet elke leerling met een VWO-advies haalt torenhoge cijfers en zit gedurende de les braaf in de schoolbanken. Ieder kind is anders. Moedig kritisch denken aan en leer kinderen om zelf een mening te vormen. Het Hyperion Lyceum is daar een mooi voorbeeld van.
  • Geef het kind vertrouwen en durf van tijd tot tijd los te laten.
    Hoogbegaafde kinderen hebben soms een route in hun hoofd waarvan jij misschien denkt dat het wellicht niet de juiste is. Durf even los te laten zodat het kind zelf gaat ervaren dat dit niet de juiste route is.
  • Bied uitdaging aan die aansluit bij de interesse van het kind: als we zien dat een hoogbegaafd kind de basis mist dan zijn we geneigd om veel oefenstof aan te bieden zodat de basis er in ieder geval goed in komt te zitten. De bedoeling lijkt goed en logisch maar het is een enorme valkuil!! Basisleerstof is voor hoogbegaafde kinderen niet prikkelend genoeg. Demotivatie ligt dan al snel op de loer. Hier moet je dus even omdenken: bied het kind uitdaging aan en het zal vanzelf gaan ontdekken dat het basisvaardigheden mist. Het kind is gemotiveerd om de uitdagende opdracht op te lossen en zal inzien dat het zich zal moeten verdiepen in de basisstof.
  • Geef het kind begeleiding bij deze uitdaging.
  • Maak de leerstof betekenisvol: leg het doel uit en verbind de vaardigheden aan de praktijk.
  • Geef het kind inzicht in de talenten en uitdagingen en geef het kind inzicht in hoe het zijn talenten kan inzetten.
  • Prijs het kind op inzet en doorzettingsvermogen
  • Heb reële verwachtingen.
    Geef de leerkracht de kans om samen met je kind stappen te zetten naar verbinding en groei. 
  • Leer het kind op te komen voor zichzelf
    Als leerkracht is het heel belangrijk dat je het heel fijn vindt als het kind meedenkt in het vinden van een oplossing. Spreek met elkaar af dat als je een interventie inzet je deze interventie een paar dagen de kans geeft om te kijken of het werkt. Zorg wel dat je na een aantal dagen samen evalueert.
  • Evalueer regelmatig en laat het kind meedenken
    In het begin is het van belang om samen met het kind en de ouders wekelijks even kort te evalueren hoe het gaat.
    Bereid als ouders de evaluatie voor met je kind zodat je kind tijdens het gesprek betrokkenheid laat zien. 
    Het kan heel handig zijn om een ‘meetlat’ te gebruiken waarin het kind aangeeft hoe het gaat. Voorbeeld: een 3 staat voor slecht en een 6 staat voor voldoende. Hiermee heb je ook helder hoe de vorderingen zijn.
  • Hanteer een plan van aanpak: werk vanuit een helder plan van aanpak met realistisch gestelde doelen volgens een duidelijk tijdspad.
  • Schakel, indien nodig, externe hulp in. Loop je ondanks alles toch vast, laat dan iemand van buitenaf meekijken met een frisse blik. 
Kennis opdoen over hoogbegaafdheid waar en wanneer je wilt? Klik hier
Geplaatst in Blog, Faalangst en onderpresteren, Leren leren, Uit de praktijk en getagd met , , .

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *