Hoogbegaafde vurige meisjes: hoe houden we ze in balans?

GRATIS TOOLKIT

Leestip:

Het boek waarvan je wilde dat je ouders het hadden gelezen  –  Philippa Perry

Kinderen zijn geen puppy’s , de kracht van zelfsturing in opvoeding –  Jürgen Peeters

Positive discipline – Jane Nelson e.a.

Zo kun je mij bereiken – door Patricia Antersijn e.a.

Kleine vulkaantjes

Voor sommige hoogbegaafde kinderen is balans enorm belangrijk. Als ze op school niet voldoende opkomen voor hun behoefte dan komen ze met de opgestapelde energie naar huis. En dan lijkt het net of er een vulkaan ontploft. De ouders van Julia hadden deze ervaring ook met hun dochter.

Uit de praktijk: Julia

Als je de elfjarige Julia ziet dan straalt de energie en levenslust van haar af. Heeft de leerkracht een projectleider nodig dan heeft hij aan Julia een hele goede. Ze wordt heel blij als ze de vrijheid krijgt om dingen te organiseren. Julia weet feilloos hoe ze met haar charmante manier van communiceren mensen voor zich kan winnen. Ze kan haar gevoel en gedachten buitengewoon goed verwoorden.
In haar vrije tijd is Julia een fanatiek sporter. Elke vakantie heeft ze zich wel opgegeven voor een sportkamp..

Dametje ongeduld

Als Julia al weet wat de bedoeling is en ze moet wachten op de uitleg van de leerkracht, slaat bij haar de frustratie toe.  Ze laat hier op school echter niets van merken. Op school is Julia een echte Harmoniser.
Maar als ze thuis niet de ruimte krijgt om haar plannen uit te voeren op haar manier of als ze niet snel genoeg begrepen wordt, zijn de rapen gaar. 

De ouders van Julia merken precies wanneer hun dochter op school te lang moest stil zitten: ze lijkt dan bij thuiskomst net op een jonge hond die te lang in de bench heeft gezeten.

Julia weet duidelijk wat ze wil en als ze door haar omgeving begrensd wordt in de autonomie dan vindt ze weggetjes om toch haar zin te krijgen: ‘kan niet bestaat niet’.

Recalcitrant en manipulatief

Julia gaat thuis soms heel ver om haar doel te bereiken: ze speelt haar ouders tegen elkaar uit om het doel te bereiken. Ze manipuleert en durft risico’s te nemen.

Ze steekt haar ongeduld niet onder stoelen of banken en lapt regels aan haar laars.

Gepreek werkt niet

De plannen van Julia gaan Winston, de vader van Julia, vaak boven de pet. Hij wil zijn dochter begrenzen maar niet zonder haar eerst te overtuigen van het waarom van deze grens. Winston verzandt dan vaak in een preek.  Julia heeft geen geduld om hiernaar te luisteren. Gevolg is dat ze afhaakt of compleet door het lint gaat.

Aanpassen

De leerkracht herkent Julia helemaal niet in de ervaring van de ouders. Van haar zou hij wel 100 meisjes in de klas willen hebben. De leerkracht begrijpt de zorgen van de ouders niet. Ze doet het immers geweldig.

Wat is er met Julia aan de hand?

Julia laat op school alleen haar zonnige kant zien en voldoet vooral aan de behoefte van de leerkracht. Dit energieke meisje met leiderschapskwaliteiten en behoefte aan avontuur, doet zichzelf daardoor ernstig te kort. En eigenlijk hiermee haar ouders ook.

Twee kemphanen

De leerkracht heeft zijn eigen perceptie Hij vindt in eerste instantie dat de ouders een probleem maken van niets. Hij hoort immers geen enkele klacht van Julia. 

De ouders van Julia weten niet hoe ze de leerkracht moeten overtuigen. Als Julia voor de zoveelste keer over de kook thuiskomt, besluiten de ouders maar weer aan de bel te trekken bij de leerkracht. Gevolg is dat de irritatie bij beide partijen oploopt en ze nog net niet als twee kemphanen tegenover elkaar staan.

Wat hebben alle partijen nodig?

Wil Julia weer in balans komen dan is het van belang dat de leerkracht en de ouders de neuzen dezelfde kant op hebben staan. Doordat deze jongedame alles ontkent richting haar leerkracht, speelt ze onbewust twee partijen tegen elkaar uit. Hoe zorgen we ervoor dat kinderen zoals Julia geholpen worden?

  1. Spreek de wederzijdse behoefte uit
    Je kind heeft een behoefte maar jij als ouder ook. De ouders van Julia doen hun uiterste best voor haar, maar als puntje bij paaltje komt ontkent ze alles. 
    Spreek dus als ouders je behoefte uit en stel een liefdevolle grens: “Julia we willen je graag helpen zodat je je beter gaat voelen. We vinden het alleen erg vervelend dat je alles ontkent zodra we bij de leerkracht zijn. We willen graag dat je ook aan hem vertelt wat jou gaat helpen. We geven je nog graag een kans om er wat aan te doen.”
  2. Kijk achter het gedrag.
    Julia ontkent alles tijdens het gesprek van de leerkracht. Daar is vast een reden voor. Op het moment dat je als ouders je behoefte uitspreekt is het van belang om te begrijpen waarom je kind bij de leerkracht ineens het tegenovergestelde laat horen.
    De ouders van Julia kunnen dit als volgt aanpakken: “Julia, als je thuiskomt zien we dat je je niet fijn voelt. Richting je leerkracht ontken je alles. Hoe komt dat? 
    Soms kan een kind het gevoel niet onder woorden brengen. Kader dde gedachten en geef je kind een keuze: “Julia kan het zijn dat je de leerkracht niet wilt teleurstellen? Of ben je bang dat de leerkracht boos op je wordt als je zegt dat je je niet fijn voelt?”
    Soms helpt het om na die vragen even een pauze in te lassen zodat het kind even de gelegenheid krijgt om de gedachten te ordenen. Spreek dan af wanneer je erop terugkomt.
  3. Verlaag de druk 
    Sommige kinderen vinden het enorm lastig om een gesprek te voeren met alleen maar volwassenen. Gevoelige kinderen kunnen de emoties van volwassenen snel oppikken en daardoor blokkeren.
    Vindt je kind het moeilijk om een gesprek te voeren, dan kan het ook helpen om je kind de gedachten op papier te laten zetten, al dan niet begeleidt door tekeningen. 
  4. Hou het doel voor ogen en maak verbinding
    Ga er als leerkracht en ouders vanuit dat jullie een gezamenlijk doel hebben: je wilt beiden dat het kind met plezier naar school gaat. Zet je negatieve overtuigingen opzij en probeer je te verplaatsen in het kind. Dit zorgt voor verbinding in plaats van verwijdering.
  5. Heb reële verwachtingen.
    Geef de leerkracht de kans om samen met je kind stappen te zetten om de balans te verbeteren. Heb niet de verwachting dat je kind de volgende dag al helemaal blij terugkomt.
  6. Leer het kind op te komen voor zichzelf
    Als leerkracht is het heel belangrijk dat je het heel fijn vindt als het kind meedenkt in het vinden van een oplossing. Spreek met elkaar af dat als je een interventie inzet je deze interventie een paar dagen de kans geeft om te kijken of het werkt. Zorg wel dat je na een aantal dagen samen evalueert.
  7. Evalueer regelmatig
    In het begin is het van belang om samen met het kind en de ouders wekelijks even kort te evalueren hoe het gaat.
    Bereid als ouders de evaluatie voor met je kind zodat je kind tijdens het gesprek betrokkenheid laat zien. 
    Het kan heel handig zijn om een ‘meetlat’ te gebruiken waarin het kind aangeeft hoe het gaat. Voorbeeld: een 3 staat voor slecht en een 6 staat voor voldoende. Hiermee heb je ook helder hoe de vorderingen zijn.

Hoe is het nu met Julia?

Winston, de vader van Julia:
“Het gesprekje waarin we duidelijk onze behoefte maar ook grenzen aangaven, zorgde voor een kentering. Julia liet huilend weten dat ze bang was dat haar leerkracht boos zou worden als ze zou aangeven wat ze nodig had. Ze kwam uiteindelijk zelf met het idee om de leerkracht een brief te schrijven waarin ze kon vertellen wat er aan de hand was en wat ze graag zou willen. Julia was bang voor de reactie van de leerkracht. Op die manier dacht ze geen last te hebben van de eerste reactie van de leerkracht.

De leerkracht heeft de boodschap in de brief gelukkig boven verwachting goed opgepakt: hij heeft haar een hele lieve brief teruggeschreven waarin hij aangaf dat hij ontzettend blij was dat Julia haar gevoel eerlijk deelde. Deze brief brak het ijs. Julia zag nu zwart op wit dat de leerkracht juist heel graag wilde dat ze zich fijn zou voelen en er vertrouwen in had dat zij goed kon meedenken in de oplossing. Dit was de eerste stap naar verbetering.

Het gaat al een stuk beter met Julia. Ze komt best nog wel eens boos thuis hoor maar dan kunnen we haar daarop aanspreken. Nu vraagt ze altijd of we haar even met rust willen laten. Na zo’n rustmomentje kan ze goed vertellen wat de oorzaak van haar bui was. Soms bedenken we samen een oplossing voor de volgende dag en soms laten we het ook even voor wat het is. Tenslotte hebben we allemaal wel eens een dag waarop het minder lekker liep. De kunst is alleen dat je dat niet afreageert op de hele familie. Kortom, Julia leert steeds beter haar emoties te reguleren en oplossingen te zoeken hoe ze zich beter kan voelen.”

Wouter, de leerkracht van Julia:
“Ik had me duidelijk vergist in het welzijn van Julia. Ik voelde de irritatie in de gesprekken met de ouders van Julia. Ik dacht op een gegeven moment: “wie is hier nou de professional?” Ik was eigenlijk heel erg beledigd dat ze mij als leerkracht niet serieus leken te nemen.

De brief van Julia zorgde echt voor een doorbraak. Ik merk dat het contact met Julia nu toch anders is. Ik heb mijn eerdere gevoel van ‘ik heb gelijk’ en ‘ik word niet serieus genomen’ nu ook kunnen loslaten.
Het gesprek met de ouders en Julia verliep daardoor veel beter. Nu voelde ik verbinding.
Julia komt vaker naar me toe en ze durft nu ook duidelijk te zeggen als ze het ergens niet mee eens is. Ze heeft hiervoor nog niet altijd de juiste woorden. Ik heb ervan geleerd om dit niet persoonlijk te nemen maar haar juist te helpen om haar gevoel zo te verwoorden dat mensen ook naar je willen luisteren. En daar maakt ze hele mooie stappen in.

Julia:
“Ik vond het helemaal niet fijn dat mijn vader en moeder telkens naar school gingen. Ik was heel bang dat meester Wouter boos zou worden als ik hem zou vertellen hoe ik me echt zou voelen. Ik zag namelijk dat hij dat ook niet fijn vond als andere kinderen dat deden. Dan werd ie altijd een beetje katterig.

Nu weet ik dat hij me juist graag wil helpen en dat hij soms bozig is omdat hij soms ook wel eens moe is. En dat snap ik ook best want sommige kinderen luisteren wel heel erg slecht.

Ik durf nu goed te vertellen wat me helpt en ik ben niet meer zo vaak boos. Als ik me boos voel dan weet ik ook dat het komt omdat ik me te druk heb gemaakt of omdat ik mijn energie niet kwijt kon. Als ik me te druk heb gemaakt ga ik altijd eerst even naar mijn kamer om een muziekje te luisteren. Als ik mijn energie niet kwijt kon op school dan ga ik eerst even op de trampoline of ga even skeeleren.

Geplaatst in Blog, Hooggevoeligheid, Uit de praktijk en getagd met , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *