Is hij wel echt hoogbegaafd?!

Ik kom het in de praktijk regelmatig tegen: wanneer een hoogbegaafde leerling slechte toetsresultaten haalt, snappen veel leerkrachten niet hoe dit kan. Er wordt allereerst getwijfeld aan de inzet maar als dat de oorzaak niet blijkt te zijn, dan rijst al snel de vraag: Is hij wel echt hoogbegaafd?!

Ouders verwijzen dan naar een capaciteitenonderzoek dat is afgenomen op de basisschool. En om de leerkracht nog beter te kunnen overtuigen worden de rapporten van de basisschool ook nog van stal gehaald. Maar als blijkt dat de officiële geldigheidsdatum van 2 jaar is overschreden, is men alsnog niet overtuigd en wordt er voorgesteld om wederom een onderzoek af te nemen.
En zolang de twijfel bij de docent blijft bestaan, zal dit bij veel leerlingen terug te zien zijn in de resultaten. Dit was ook het geval bij Abel.

Uit de praktijk: Abel

Toen de ouders van Abel me belden zat hij in 3-VWO. Ik kende Abel nog van de basisschool: een zeer pientere, vrolijke, spontane jongen. En daar was nu weinig van over. Wat ik nu voor me zag was een jongen met gebogen schouders en een wit koppie. Het werd me duidelijk dat hij flink te lijden had onder de huidige situatie. Zowel Abel als zijn ouders voelden zich erg onmachtig, wat heel begrijpelijk was. Abel toonde enorm veel inzet maar de resultaten bleven achter. En in plaats van dat gezocht werd naar de oorzaak, werd er getwijfeld aan zijn kunnen. Hoog tijd om te onderzoeken wat de oorzaak zou kunnen zijn.

Talent x inzicht x strategie

Ik gaf Abel in eerste instantie de ruimte om te vertellen hoe hij zich voelde. Dat gaf al zichtbaar lucht. En dat was dan ook  het moment waarop ik even inzichtelijk probeerde te maken wat de oorzaak zou kunnen zijn van de tegenvallende resultaten. Om dit inzichtelijk te krijgen gebruik ik altijd ‘de formule’ van  Tijl Koenderink (2012): talent x inzet x strategie = resultaat. Aan deze formule voeg ik zelf het volgende toe: talent x inzet x strategie x zelfvertrouwen/ emotieregulatie = resultaat.

Stel een kind heeft veel talent, lage inzet en geen strategie dan is het vrij logisch dat het resultaat teleurstellend is. Je hoeft geen accountant te zijn om te snappen dat een kind met minder talent, hoge inzet en een bewuste/passende leerstrategie veel betere resultaten haalt.

Aan talent en inzet geen gebrek

Door de erkenning, het luisterend oor en hem te herinneren aan het feit dat hij op de basisschool zelfs een klas was versneld en in de eerste van het VWO met weinig inspanning goede resultaten haalde, zag ik ‘de oude Abel’ weer terugkomen. Zijn ogen begonnen weer te twinkelen en zijn betrokkenheid nam toe.

Hij vertelde over de aanpak van het huiswerk: “Ik maak elke dag mijn huiswerk en leer voor de toetsen. Ik ben soms wel tot tien uur ’s avonds aan het leren. Dus ja, ik denk dat ik wel talent heb en dat mijn inzet ook oké is.”

Een inefficiënte leerstrategie en weinig zelfvertrouwen

Het werd tijd om in te zoomen op de andere factoren. Ik vroeg Abel om de schoolboeken die hij had meegenomen er eens bij te pakken. Hij zou aan het einde van de week een toets hebben van biologie en Frans. Dit was een mooie kans om eens te onderzoeken wat zijn aanpak was. Al snel werd duidelijk dat hij een inefficiënte leerstrategie had en door gebrek aan succeservaring was zijn zelfvertrouwen tot het nulpunt gedaald.

Het werd me duidelijk dat Abel de stof van biologie slechts doorlas. Bovendien las hij slordig.
Na het stellen van wat vragen over de inhoud kreeg ik vaak de reactie: “Uh, ja ik snap wat je bedoelt, maar dat is het zo ongeveer, je weet wel wat ik bedoel, hè?!”
Bovendien viel het me op dat hij essentiële woorden in een vraag oversloeg, waardoor hij de vraag niet meer begreep.

Wat opviel bij het overhoren van de woordjes Frans, was dat hij het prima kon reproduceren maar dat het schrijven van de woordjes nog flink te wensen over liet. 
Kortom, hier viel nog wel wat winst te behalen.

Toch een capaciteitenonderzoek?

Gelukkig accepteerde Abel de hulp van zijn ouders. Samen met hen werd een plan van aanpak opgesteld en vol goede moed ging men aan de slag. De eerste toetsen volgden en de resultaten gingen geleidelijk aan vooruit: nog geen dikke voldoendes maar er was duidelijk groei waarneembaar.

Helaas bleek de mentor, in eerste instantie alleen oog te hebben voor een goed resultaat en niet voor groei. Dus al vrij snel zaten we met hem om de tafel, waarin de mentor wederom voorstelde een capaciteitenonderzoek af te nemen.

Op mijn vraag wat hij dacht wat zo’n onderzoek voor hem zou kunnen opleveren, bleef het even stil. En al gauw volgde zijn reactie: “Ja, dan zien we wat hij kan en of dit niveau wel past bij zijn capaciteiten.” 

Inzicht, vertrouwen en verbinding

Gelukkig konden we de mentor er van overtuigen dat zo’n duur en tijdrovend onderzoek ons hoogstwaarschijnlijk geen inzicht zou geven in wat Abel nodig zou hebben. Het zou een momentopname zijn en bovendien zou dit een signaal zijn richting Abel dat je twijfelt aan eerdere onderzoeken en dat je daarmee ook twijfelt aan zijn talent. Ik hoef je niet te vertellen wat dit met het zelfvertrouwen zou doen van Abel.

De mentor wilde luisteren naar wat we tijdens de sessies in mijn praktijk hadden vastgesteld. Dit gaf hem veel inzicht. Hij snapte nu wel waarom de resultaten uitbleven: Abel had geen studievaardigheden ontwikkelt. De mentor was het gelukkig met ons eens dat Abel eerst vertrouwen moest voelen van de docenten en dat hij de kans moest krijgen om te groeien.

Mijn voorstel om na dit gesprek, de verbinding te maken met Abel en het vertrouwen uit te spreken in hem, wierp vruchten af: geleidelijk aan zagen we het zelfvertrouwen bij Abel groeien en werd zijn werkhouding beter.

Wat kun je doen als de leerresultaten van je hoogbegaafde kind of leerling tegenvallen?

Zie je, net als bij Abel, gaandeweg het voortgezet onderwijs dat de leerresultaten van je  hoogbegaafde kind of leerling tegenvallen?Zet dan de volgende stappen:

  1. Werk vanuit de pedagogische driehoek
    Werk als ouders, leerling en school samen: samen kom je verder dan alleen.
  2. Maak verbinding met het kind
    Wil je echte verbinding met het kind voorkom dan dat je gaat preken. Het kan best zijn dat een leerling in zijn houding wat anders laat zien dan hoe hij zich van binnen werkelijk voelt. Oordeel dus niet op het gedrag maar kijk achter het gedrag. Door compassie te tonen zal het kind zijn kwetsbaarheid eerder laten zien.
  3. Begin met een goede analyse
    Analyseer de reden van de tegenvallende resultaten: neem in het gesprek met de leerling en ouders de formule ’talent x inzet x strategie x zelfvertrouwen/emotieregulatie onder de loep.
  4. Stel vragen in plaats van dat je antwoorden of adviezen geeft.
    Door vragen te stellen zorg je dat het zweet op de juiste rug zit en krijg je sneller inzicht in waar de schoen wringt.
  5. Luister zonder oordeel.
    Voorkom dat je aannames doet. Twijfel je over wat je ziet en merk je dat je hierdoor bepaalde gedachten krijgt? Stel dan een vraag over wat je ziet.
  6. Ontbreekt bewustzijn? Ga dan aan de slag en observeer.
    Merk je dat de leerling zich niet bewust is hoe het komt dat de resultaten tegenvallen, neem dan de aanpak eens onder de loep: Hoe bereidt de leerling de toets voor?, Hoe is zijn werkhouding? Hoe is zijn aanpak? Hoe gaat de leerling om met tegenslag?
    Veel hoogbegaafde leerlingen hebben zich namelijk op de basisschool nooit hoeven inspannen en hebben nauwelijks tegenslagen ervaren. Hierdoor hebben ze vaak geen strategie ontwikkeld en vinden ze het doodeng om door de leerkuil te gaan. Op het voortgezet onderwijs krijgen ze te maken met leerstof die aansluit bij het denkniveau.  Maar als je niet weet hoe je dit moet aanvliegen, blijven de resultaten uit.
  7. Maak de huidige aanpak versus de aanpak die nodig is, inzichtelijk
    Het inzicht geeft perspectief. Soms kunnen er met een aantal kleine interventies zoals bijvoorbeeld beter lezen, formatief toetsen en schriftelijk overhoren, soms al mooie stappen voorwaarts gemaakt worden.
  8. Zorg voor een duidelijk script en een klein duwtje ‘in de rug’ op het juiste moment.
    Maak een stappenplan met heldere doelen. Neem de leerling hierin mee en herinner hem er regelmatig aan.

Denk je nou na het lezen van deze tips, ‘Oei, maar dit kost toch ook veel tijd’. Dan zal ik dat niet tegenspreken. Leren kost aanvankelijk tijd maar het levert als het goed is, direct wat op: 

  • De leerling krijgt zelfvertrouwen en ontwikkelt studievaardigheden voor de rest van zijn leven.
  • Als ouders weet je nu hoe je je kind kunt begeleiden. Er komt weer harmonie in het gezin en als het goed is zorgt het voor een goede verbinding met je kind.
  • Als leerkracht krijg je een veel beter inzicht dan dat je een capaciteitenonderzoek door iemand anders laat doen. Je kunt deze ervaring ook weer meenemen naar andere leerlingen. Je helpt je leerling leren en je geeft de leerling zelfvertrouwen. Dit zul je terug zien in het gedrag: gelukkige leerling, gelukkige leerkracht.

Uit het oogpunt van privacy zijn de namen in dit blog gefingeerd.

Boeken over leren leren? zo kun je het stimuleren
Geplaatst in Blog, Faalangst en onderpresteren, Leren leren, Mindset, Uit de praktijk en getagd met , , , , , , .

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.