“Mijn hoogbegaafde kind vindt alles saai”

GRATIS toolkit hoogbegaafdheid? Klik hier

‘Ik vind het saaaaai’!!! Dit is vast een zinnetje dat je regelmatig hoort als ouder of leerkracht bent, van een hoogbegaafd kind. Misschien denk je dat het kind gebrek aan uitdaging heeft. Maar is dat altijd wel zo? Wat bedoelt het kind als het zegt dat iets saai is? Is de taak dan werkelijk te makkelijk, of is het misschien juist te ingewikkeld of kan het zijn dat de taak te weinig speelse elementen bevat? 

‘Saai’ is een dus een woord met een bepaalde lading die je niet altijd kunt duiden. Deze ervaring hadden de ouders en de leerkracht van de achtjarige Pleun ook.

Uit de praktijk: Pleun

Pleun is een heerlijk spontaan, speels meisje van acht. Heb je haar in de groep dan is het altijd lachen geblazen. Ze krijgt zelfs haar serieuze en hardwerkende juf regelmatig aan het lachen. Haar naam staat voor ‘plezier’ en voor creatieve oplossingen. In een drukke menigte hoor je overal haar schaterlach bovenuit.

‘Moeten’ geeft stress

Van veel moeten, serieuze taken en verveling raakt Pleun enorm in de stress. Dan laat ze haar andere kant zien. Mist ze uitdaging, dan zoekt ze een slachtoffer en gaat ze klieren. Is de rekentaak in haar optiek te lang en te veel werk dan hoor je haar zuchten steunen. Pleun wordt chaotisch als een taak een planmatige aanpak vraagt. Ze raffelt het werk dan snel af. Ze roept bij voorbaat dat ze dingen te ingewikkeld vindt en kan moeilijk omgaan met uitgestelde aandacht. Als dingen niet lukken dan ligt het nooit aan haar.

Orde en structuur

Els, de moeder van Pleun houdt van regels, orde en structuur. Bovendien vindt ze het belangrijk dat elk kind in het gezin een taak heeft. En je snapt het al, dit laatste mondt met Pleun stelselmatig uit in een conflict. Pleun heeft hele andere ambities dan het uitvoeren van taakjes. Huishoudelijke taken zijn saai. En op het moment dat Els Pleun roept, is de standaard reactie: ‘Jahaaa, strahaks.’ Als Pleun dan uiteindelijk begonnen is aan de taak is ze halverwege alweer afgeleid en is de taak half af.

Afraffelen uit ongeduld

Op school zien we deze parallel bij rekenen. Rekenen is niet bepaald een vak waar de interesse van Pleun ligt. Ze heeft er geen geduld voor. Ze raffelt het werk af: ze leest de opdracht niet goed en rekent alles uit haar hoofd uit. Ze maakt hierdoor veel slordigheidsfouten en het gevolg is dat de leerkracht haar dan oefenstof geeft. Pleun is echter van mening dat ze het allemaal al lang snapt. 

Niet vooruit te branden

De laatste tijd is Pleun niet vooruit te branden bij het rekenwerk. De leerkracht maakt zich veel zorgen en wil haar graag aan de instructietafel. Pleun wil dit niet. Ze schaamt zich hiervoor. Hierdoor gaat ze niet meer met plezier naar school.

Beter aansluiten bij de behoefte van je kind? Klik hier

Wat heeft Pleun nodig?

De leerkracht doorziet niet wat de reden van de resultaten is. Zij denkt dat Pleun de leerstof te moeilijk vindt. De leerkracht geeft Pleun meer oefenstof met als gevolg dat Pleun nog slordiger gaat werken en met weerstand naar school gaat. En zo hou je een probleem in stand of verslechtert een situatie van kwaad tot erger. En dat is voor iedereen vervelend.
Wat heeft Pleun nodig om weer gemotiveerd met taken (schoolse en niet-schoolse taken) aan de slag te gaan?

  1. Onderzoek de reden achter het gedrag
    Thuis: in huis roept Pleun vaak dat iets saai is. Voor je het weet beland je met elkaar in de dramadriehoek.
    Onderzoek daarom waar het gedrag vandaan komt.
  2. Sluit aan bij de behoefte van het kind
    Els, de moeder van Pleun, houdt van regels, orde en structuur. Pleun houdt van grapjes en een speelse benadering. Op het moment dat je als ouder dan de teugels nog strakker gaat trekken, zal je kind meer gaan steigeren. Zorg daarom voor een goede balans: overzicht en structuur zijn belangrijk maar vergeet hierbij geen humor en een speelse benadering te gebruiken. 
    Op school: Pleun maakt slordigheidsfouten. De leerkracht denkt echter dat Pleun fouten maakt omdat ze de vaardigheid nog niet beheerst. 
    Voordat je als leerkracht overgaat op deze interventie, is het van belang eerst te onderzoeken wat de reden van de fouten is. Het afnemen van een Citotoets is vaak een tijdrovende klus. Een heel eenvoudige manier om te analyseren wat de denk- en werkwijze en het niveau van het kind is, is om een DLE-toets van Teije de Vos af te nemen. De toets vraagt weinig tijd. Door de toets één op één af te nemen, krijg je heel snel inzicht in waar de schoen wringt.
  3. Geen kwantiteit maar kwaliteit
    We zijn vaak geneigd om kinderen heel erg veel oefenstof te geven. In de opdrachten zitten veel herhalingen. En als iets niet werkt voor hoogbegaafde kinderen, dan zijn het wel herhalingen.
    We zoeken vaak uitdaging in de inhoud maar het kan voor een kind ook heel uitdagend zijn als je zegt:”Ik wil nu dat je van deze bladzijde, deze 5 opgaves foutloos maakt. Zit er één fout in, dan maak je een rijtje extra. Doe bij een nieuw item één opgave voor, en één opdracht samen zodat het kind wel weet via welke stappen het tot een oplossing kan komen. N.B. deze aanpak werkt niet voor iedereen. Kinderen zoals Pleun en Julia, beschreven in het vorige blog, zullen dit heel erg leuk en spannend vinden omdat zij houden van competitie.
  4. Gebruik een strategie en een coachende benadering
    Zoals bij punt twee beschreven, is het voor Pleun  heel belangrijk dat ze weet via welke strategie ze tot het antwoord kan komen. Kinderen als Pleun zijn namelijk altijd gewend om heel snel een antwoord te kunnen geven. Ze konden altijd over de leerkuil heen springen. Op het moment dat er een strategie gevraagd wordt, haken ze heel snel af. Ze zijn niet gewend om door de leerkuil te gaan en weten niet via welke route ze naar een antwoord toe kunnen werken. Een strategie geeft hen houvast en voorkomt dat ze vroegtijdig afhaken.
    Stel vragen die hen tot denken aanzetten.
  5. Zorg voor afwisseling
    Kinderen als Pleun hebben behoefte aan een speelse benadering en humor. Ze haken snel af als ze altijd werkbladen moeten maken of opgaven uit een boek. Een opgave uit het werkboek kun je heel mooi afwisselen met een rekenspel of bewegend leren.
    En Els zou Pleun thuis kunnen motiveren door een taak wat speelser aan te pakken: speel eens een keer ‘restaurantje’. Pleun is de ober en moet de tafel klaarmaken en de gasten bedienen. Of laat haar een keer de kok zijn. Koken vraagt planmatig handelen en is leerzaam.
    Het opruimen van een slaapkamer wordt veel leuker als je een muziekje opzet. Pleun is de postbode en zorgt dat de spullen in de juiste doos komen: in de rode doos doe je de spullen die weggegooid kunnen worden, in de blauwe doos doe je spullen die bewaard moeten worden en nog een plekje moeten krijgen, in de groene doos doe je de spullen die Pleun zelf een plekje kan geven, en in de gele doos doe je de vuile was. Op die manier leert Pleun om structuur aan te brengen op een speelse wijze. Ook thuis kun je met behulp van spelletjes vaardigheden oefenen zoals rekenen, taal, logisch en strategisch denken.
    En helpen met afwassen wordt gezelliger door samen te zingen of door om de beurt een mop te verzinnen.
  6. Bouw de hoeveelheid taken geleidelijk aan op
    Het is natuurlijk heel erg belangrijk dat Pleun leert doorzetten en dat ze leert om geconcentreerd en gedisciplineerd te werken. Maak hierin een opbouw en motiveer Pleun door inzichtelijk te maken welke vorderingen ze maakt. Plan samen een taak en laat Pleun van tevoren aangeven hoe lang ze over de taak denkt te doen. Laat haar de taak maken en kijk daarna hoe lang ze er werkelijk over gedaan heeft. Ervaring leert dat kinderen vaak versteld staan van zichzelf want negen van de tien keer hebben ze er minder lang over gedaan. Hebben ze er wel langer over gedaan, dan is het goed om met het kind nog eens even te onderzoeken wat de reden is waarom ze er langer over gedaan hebben.
  7. Maak gebruik van haar creativiteit
    De grapjes van Pleun leiden soms tot irritatie. De kunst is dat Pleun haar humor leert inzetten op het juiste moment. Laat haar een keer een Kahootkwis maken voor de klas. Zet haar in bij toneelstukjes. Laat haar een (strip)verhaal schrijven waarin ze haar ideeën en humor kwijt kan. Toen één van onze kinderen de leeftijd van Pleun had, konden we haar geen groter plezier doen dan haar na het avondeten de rol als presentatrice te geven of actrice. Het hele gezin en soms ook het bezoek, genoot van haar optreden.

Hoe is het nu met Pleun?

Els: “Ja die speelse benadering werkt als een toverstokje. In het begin vond ik het best lastig want ik ben nou één keer opgevoed met ‘regel is regel’. Maar dit werkt averechts. Ik kwam steeds vaker met Pleun in gevecht en dat begon echt z’n tol te eisen. Sinds ik de controle wat losser laat en meer ruimte geef aan haar talent, merk ik dat de discussies en het geklaag echt zijn afgenomen. Ik merk ook dat ze wat meer routine krijgt in bepaalde taakjes. Waar ze eerst nog heel chaotisch te werk ging, pakt ze het nu al wat systematischer aan.”

Annemiek, de leerkracht van Pleun: “Door het afnemen van de DLE-toets heb ik in korte tijd inzicht gekregen in waar de schoen wringt bij Pleun. Ik zet nu veel meer in op de strategie. En je kunt Pleun geen groter plezier doen dan de taken af te wisselen met een spel. Ik sluit nu veel beter aan bij haar niveau en ik zie dat terug in de mate waarin haar focus is toegenomen. Ik heb er van geleerd dat je bij fouten niet automatisch moet denken dat een kind het niet snapt. En ik heb de speelse benadering ingezet bij meer kinderen. Ik zie nu dat er meer rust en leerplezier is.”

Pleun: “Het is nu veel leuker op school. Juf heeft hele gave spelletjes om met rekenen te oefenen. En laatst mocht ik een Kahootkwis maken, echt super cool.
En wat ook fijn is is dat mama veel minder streng is. Ze lacht ook meer.” 

De namen in dit blog zijn uit het oogpunt van privacy gefingeerd.

Op de hoogte blijven?
Geplaatst in Blog, Executieve functies, Hooggevoeligheid, Leren leren, Uit de praktijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *