Cito-resultaten en schoolkeuze: waarom Nathan (11) de Cito haat

Op verzoek van de intern begeleider analyseer ik de toetsresultaten midden groep 8 van Nathan. De resultaten vielen namelijk erg tegen.
Nathan (11 jaar) gaat komend schooljaar naar het voortgezet onderwijs. Hij heeft de basisschool altijd met groot gemak doorlopen. Hij heeft zelfs een klas overgeslagen. De resultaten van de Cito geven nu een heel ander beeld van Nathan. Volgens de Cito-uitslag zou hij een VMBO-tl advies moeten krijgen. Van dit schooltype zou hij niet gelukkig worden. Dit praktijkvoorbeeld laat wederom zien waarom je een schooladvies niet enkel en alleen kan ophangen aan Cito-resultaten en er altijd een testanalyse nodig is alvorens conclusies te trekken.

Talige vragen

Als ik de rekentoets analyseer is snel duidelijk dat Nathan vooral veel fouten maakt in de  de redactiesommen. Veel (hoogbegaafde) kinderen hebben problemen met dit type som: ze verliezen zich in het verhaaltje of ze lezen niet kritisch genoeg en antwoorden te impulsief. Zo zie ik vaak dat de beste rekenaars tot een tegenvallende score kunnen komen.

Kritisch lezen

Ik besluit de vragen nog eens aan Nathan voor te leggen. Terwijl hij de vraag van het eerste item hardop leest hoor ik hem al zeggen: “Oooh wacht, er stond CM in plaats van MM. Nee, dan moet het antwoord C zijn.”

Oké, mijn vermoeden dat hij de vragen niet zorgvuldig gelezen heeft, lijkt te kloppen. En na een som of 8, zie ik dat Nathan prima kan rekenen maar kritischer moet zijn bij het lezen van de vraag.

Eigen analyse

Door deze som hoor ik dat er ook nog iets anders speelt: bij de som staat een plaatje van een man achter een loket met naast het loket de aankondiging: ‘ZWEMFEEST €7,50 per kind.’ De vraag bij het plaatje luidt: de man achter de kassa heeft in het totaal €1350,- ontvangen. Hoeveel kinderen zijn er op het zwemfeest geweest?

Als ik Nathan deze vraag wederom voorleg is hij verbaasd over het feit dat zijn antwoord fout gerekend is. Zijn reactie:  “Ik neem toch aan dat deze kinderen niet zonder een volwassene naar het zwemfeest mogen? Kaartjes voor een volwassene zijn altijd duurder dan een kinderkaartje, toch? Dus ik had berekend hoeveel kinderen er onder begeleiding van een volwassene naar het zwemfeest zouden gaan. Zo ben ik op mijn antwoord gekomen…..”
Ik complimenteer Nathan over de manier waarop hij over deze vraag heeft nagedacht. Waarop Nathan terecht geïrriteerd vraagt waarom zijn antwoord dan toch fout is. Ik leg hem uit wat de bedoeling van de vraag was. Nathan:”Ooooh, is het zooo simpel!!!” Ja Nathan, zo simpel moet je denken bij Cito. Nathan: “En dat is nou precies waarom ik Cito zo haat…!!”
Ik snap de frustratie van Nathan. Jullie?
Uit het oogpunt van privacy zijn de namen in dit weblog gefingeerd.
Geplaatst in blog, Uit de praktijk, Weblog en getagd met .

4 reacties

  1. “Oh! Is het zo simpel”. Dat is een hee herkenbare reactie. Simpele vragenstellers die de intelligente benadering niet snappen en niet voorzien.

  2. Ja, ik zie dit ook bij ass- leerlingen. Ze zitten in een ander denkkader. Niet fout, maar niet zoals de vragensteller bedoeld had. Op de middelbare school wil ik daarom graag tijdens de evaluatie van een toets met lage score de opgaven mèt antwoorden erbij hebben. Dat geeft de leerling en docent inzicht in hoe zo’n vraag kan worden opgevat. Gewoon in communicatie treden.
    Helaas strandt mijn evaluatie dan in de angst van docenten die hun opgaven niet laten zien uit angst voor duplicatie. Zo jammer; gemiste kans!

    • Helemaal eens Nelleke. Ik herken dit ook. Je hebt de vragen nodig zodat leerlingen ervan leren. De leerkracht zou er zelf ook van kunnen leren. Op die manier kan deze voorkomen dat de vragen die hij stelt multi-interpretabel zijn. Het stellen van een goede vraag is een kunst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *