Uitstelgedrag: “Hoe help ik mijn kind om zijn werk maken?”

Gratis toolkit hoogbegaafdheid? Klik hier

Ook deze week verliepen alle afspraken online. Het voelt af en toe alsof ouders en/of kinderen in de praktijk bij mij aan tafel zitten: de sfeer is relaxed, ouders en kinderen geven aan dat ze lekker zichzelf zijn. Kopje koffie erbij, af en toe wandelt de huiskat in beeld of roept er een kleuter die even met de toiletgang geholpen wordt. Het maakt allemaal niets uit en dat zorgt ervoor dat er letterlijk en figuurlijk een mooie verbinding is.

Die verbinding had ik deze week ook met de negenjarige Noah. Zijn moeder mailde me over het volgende: “Henriëtte, we zien sinds de vakantie een onderprikkeld kind. Hij klaagt over buik- en hoofdpijn bij het opstaan. Hij claimt ons en komt maar niet tot actie. Hij wil graag een afspraak met jou.”

En daar zitten we dan: Noah en ik. Ik kan merken dat Noah het online werken al helemaal gewend is. Hij pakt gedecideerd de vragen die hij heeft opgeschreven erbij. Voordat hij de vragen stelt, vertelt hij eerst even hoe hij deze periode van online onderwijs ervaart en welke opdrachten hij van school heeft gekregen.

Noah: “Ik heb hier een lijst met taken die ik moet doen. En dan wil ik beginnen maar dan merk ik dat toch eerst andere dingen ga doen: youtubefilmpjes kijken, rondjes lopen in mijn kamer. Ondertussen lukt me maar niet om te beginnen.”

Een dieseltje en piekergedachtes

Het wordt me duidelijk dat Noah een ‘dieseltje is dat moet warmdraaien.’ Ik zie het veel bij kinderen in mijn praktijk: die hebben even een zetje nodig en dan gaat de motor draaien. Krijgen ze het zetje niet dan blijven ze maar dingen doen die niet ter zake doen. Ze voelen zich hierdoor heel erg vervelend, gaan piekeren met als gevolg dat het hoofd  vol loopt met negatieve gedachtes. Ook Noah kon zich helemaal herkenning in de beschrijving van dit gedrag en gevoel.

Als ik Noah vraag welke opdrachten hij erg leuk vindt, vertelt hij enthousiast over Rekentijger. Hij laat me zien wat hij moet doen en ik zie en hoor nu hoe gemotiveerd hij is als hij aan de slag mag met Rekentijgers.

Belangrijke zaken eerst?

Normaal gesproken is het motto ‘belangrijke zaken eerst’ maar ik besluit met Noah toch even een andere afslag te nemen. Ik spreek met hem af om de avond van te voren een planning te maken zodat hij ‘s ochtends precies weet wat hij moet doen. Bovenaan de planning staat Rekentijgers en de opdracht die hij moet maken. Op die manier hoop ik dat ‘motortje’ bij Noah aangetrapt wordt.
Vervolgens spreken we af dat hij aan een taak begint waar de voorkeur wat minder naartoe gaat maar die toch moet gebeuren. Samen met zijn moeder spreken we af dat ze hem bij de eerste twee items even op gang helpt en dat hij daarna 5 items zelf afmaakt.

Op tijd een pauze

Om goed in balans te blijven vraag ik Noah drie dingen op een lijst te zetten die hij kan doen in de pauze die volgt op de taak. 
Noah is een beweeglijke, sportieve, energieke jongen, die op tijd een pauze nodig heeft. Maar Noah houdt ook van het avontuur. Dus de pauze-opdracht moet voldoen aan deze kenmerken. 

Terugkoppeling met een beetje spanning en sensatie

Om ervoor te zorgen dat Noah hiermee aan de slag gaat en zich houdt aan de opdracht, vraag ik hem om aan het eind van de week verslag te doen. En als ik hem vervolgens benoem tot ‘de radio/tv-reporter’ van de week, zie ik hem enthousiast worden en hoor ik hem hardop plannen bedenken hoe hij dat gaat doen: “Oh, ik weet al wat ik ga doen. Ik ga een filmpje maken van wat ik gedaan heb.”

Ik kreeg zojuist een update van Noah: “het gaat toppie!”

Alle tips op een rij

Misschien herken jij je kind in Noah. Ik zet voor jou alle tips nog even op een rij:

Een keer iets anders doen dan al die werkbladen? Klik hier
  1. Zorg voor duidelijkheid en voorspelbaarheid: maak gebruik van een planbord
  2. Help je kind even op gang.
    Kinderen zoals Noah, vinden het vaak heel lastig om zelf op te starten.  Ze staren als een haas in de koplampen naar de taak en als je na een uurtje terugkomt dan hebben ze vaak nog geen letter op papier gezet. Dit voorkom je door per vak even twee opdrachten samen te doen. Spreek daarna vriendelijk doch duidelijk af dat je kind nu (afhankelijk van de leeftijd) 2 tot 4 taken zelf moet doen en dat je terugkomt als dit klaar is. Op school weten kinderen namelijk precies hoe ze moeten omgaan met uitgestelde aandacht: ‘lees de taak eerst goed door, blijf kalm, snap je de taak niet dan ga je door naar de volgende opdracht. Ben je klaar dan ga je even iets voor jezelf doen.’ Ditzelfde kun je ook met je kind afspreken. Zorg er wel voor dat het kind weet wat het kan doen als het klaar is met de taak. 
  3. Geef een korte en bondige instructie.
    Kinderen haken vaak af op een eindeloze instructie. Communiceer daarom kort en bondig en maak de uitleg eventueel visueel. 
  4. Het zweet op de juiste rug.
    Sommige kinderen roepen al snel dat ze het niet snappen. Schiet niet te snel te hulp. Controleer eerst of je kind de opdracht goed gelezen heeft. 9 van de 10 keer zul je dan horen “ooooooh, is dat de bedoeling…”
  5. Wissel inspanning af met ontspanning en zorg voor voldoende beweging en frisse lucht.
    Prof. Erik Scherder zegt het altijd al: “zet je brein in beweging”
    Plan voldoende pauzes in en strek je benen. Hou het speels: geef je kind de opdracht om van de wandeling een speurtocht te maken of schrijf tijdens de wandeling eens op hoeveel verschillende bomen je hebt gezien. Of doe wie de meeste vogels heeft geteld. Weer of geen weer, frisse lucht is gezond.
  6. Vier de successen.
    Benoem aan het einde van de dag (bijvoorbeeld tijdens het avondeten) wat er die dag gelukt is en waar je trots op bent. Geef als ouder het goede voorbeeld. Bespreek eventueel met je kind wat het morgen anders zou willen doen zodat het misschien nog prettiger verloopt.
Op de hoogte blijven?
Geplaatst in Blog, Executieve functies, Hooggevoeligheid, Leren leren, Uit de praktijk en getagd met , , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *