Waarom een leerkracht die jouw kind (nog) niet begrijpt, nuttig kan zijn

Leestips:

Het boek waarvan je wilde dat je ouders het hadden gelezen  –  Philippa Perry

Kinderen zijn geen puppy’s , de kracht van zelfsturing in opvoeding –  Jürgen Peeters

Positive discipline – Jane Nelson e.a.

Zo kun je mij bereiken – door Patricia Antersijn e.a.

Red mij niet – Sanne van Arnhem

Socrates op sneakers – Elke Wiss


“De leerkracht van mijn kind begrijpt mijn kind niet,” hoor ik veel ouders van hoogbegaafde kinderen in mijn praktijk verzuchten. Misschien herken jij dit ook wel en zou je wensen dat je kind een andere leerkracht krijgt. Maar wist je dat een leerkracht die je kind (nog) niet begrijpt, ook nuttig kan zijn? Lees hier welk inzicht de tienjarige Len kreeg.

Uit de praktijk: Liset en Len

Len is een tienjarige hoogbegaafde jongen die door zijn moeder is aangemeld. Volgens Liset komt hij heel vaak boos uit school. Ze wil hem graag helpen maar merkt dat haar zoon niet op haar ongevraagde advies zit te wachten. Ze kan hem niet bereiken. Ondertussen bepaalt Len dagelijks behoorlijk de stemming in huis.

Twee handen op 1 een buik

En zo zit Len voor me. Het wordt me al snel duidelijk dat Len en zijn moeder normaal gesproken, twee handen op één buik zijn. Terwijl Len zijn gedachten aarzelend onder woorden probeert te brengen, vult Liset hem telkens aan. Ze heeft maar een half woord nodig om hem te begrijpen. En telkens als Liset een vertaalslag maakt van het soms wat onsamenhangende verhaal van haar zoon, knikt Len blij en opgelucht.

Talent als valkuil

Het talent van Liset om aan een half woord al genoeg te hebben, zou tegelijkertijd wel eens haar valkuil kunnen zijn. Het wordt me duidelijk dat Len een hele mooie, gevoelige jongen is die snel door heeft wat de behoefte van een ander is. En nu is zijn aanname dat andere mensen die eigenschap ook bezitten.

‘Zoiets voel je toch?’

Ik zie dat Len zich inmiddels wat beter op zijn gemak voelt. En ik hoor het ook, want hij vertelt inmiddels zelf heel duidelijk wat hem dwars zit: “Ik hoef eigenlijk nooit zo vaak om hulp te vragen. Maar sinds kort krijg ik van die uitdagende taken. Leuk, maar ook best pittig. En als ik het niet begrijp wil ik graag hulp van juf. ”
Als ik aan Len vraag op welke manier hij hulp vraagt zegt hij: “Nou dan kijk ik sip en dan zucht ik een paar keer. Maar dan komt ze niet.”  Daarop vraag ik Len: “Maar denk je dat sip kijken en zuchten voldoende aanleiding voor juf is om te denken dat je hulp nodig hebt?” Tuurlijk, zoiets voel je toch!!,” zegt Len vurig.

Iedereen is anders

Deze reactie is een mooie aanleiding om Len uit te leggen dat deze gevoeligheid niet voor iedereen geldt. Iedereen is anders. De inzichten die ik Len geef, zijn voor hem weer aanleiding tot mooie vragen. De karaktereigenschappen van de hele klas, inclusief die van de juf, worden onder de loep genomen. En ook nu merk ik aan Len hoe scherp zijn waarnemingsvermogen is en hoe vlot hij verbanden legt. Hij is zichtbaar opgelucht dat hij zijn gevoel nu beter kan duiden: “Oh, nu snap ik de reacties van mijn klasgenootjes ook beter. Ik dacht altijd dat ik iets niet goed deed als ze negatief reageerden. Maar dat hoeft natuurlijk niet altijd aan mij te liggen,” zegt Len zichtbaar opgelucht.

Vragenblokje, vinger opsteken en prutteltijd vragen

Vervolgens bespreek ik met Len hoe hij er voortaan voor kan zorgen hoe hij beter kan opkomen voor zijn behoefte. Aan het einde van de sessie laat ik Len de afspraken nog even samenvatten:
“Om beter voor mezelf op te komen doe ik het volgende:

  1. ik denk eerst na over welke hulp ik precies wil (duidelijk formuleren), 
  2. ik maak gebruik van mijn vragenblokje,
  3. ik steek heel duidelijk zichtbaar mijn vinger op,
  4. en als juf bij me komt en allerlei vragen aan mij stelt en ik weet het even niet dan zeg ik “juf, ik heb je vragen gehoord, ik ga er even over nadenken. Over 10 minuten geef ik je het antwoord,” zegt Len zonder aarzeling.

En met deze bagage op zak verlaten Len en zijn moeder vol zelfvertrouwen de praktijk.

Hoe is het nu met Liset en Len?

Liset: “Tjonge, ik was echt heel positief verrast door het gesprek wat Len met je had. Hij vertelde precies wat hij thuis ook vertelt. Het maakte mij kwaad van binnen en ik dacht precies hetzelfde als Len: ‘zoiets moet een leerkracht toch aanvoelen!!’ En dan sprong ik altijd direct in de bres voor hem. Ik belde de leerkracht en vertelde haar precies wat hij nodig had. En daarna was Len altijd boos op me want hij wilde niet dat ik hem hielp. Ik hield er daarna altijd een vervelend gevoel aan over. Nu weet ik dat ik hem niet hoef te redden. Hij wil alleen even thuis zijn ei kwijt. Ik hoef nu niets meer te doen want ik heb inmiddels gemerkt dat hij prima voor zichzelf op kan komen.

En doordat ik thuis niet meer het genoegen neem met een half woord, merk ik ook dat Len steeds beter verwoordt wat hij wil. Met deze inzichten doe ik zelfs mijn voordeel op mijn werk. Ik kom niet meer in actie bij nonverbale signalen: ik bood heel regelmatig ongevraagd hulp. Is even wennen voor mijn collega’s, maar ik zie dat ze er zelfredzamer van worden.”

Len: “Juf ziet me nu en ze luistert ook goed naar me. Ik durf nu steeds vaker te zeggen wat ik nodig heb. Laatst nog dacht ze me uit te dagen met nog meer sommen. Nou, toen heb ik gezegd dat ik ook wel eens een leuk project wil of dat ik een keer iets wil maken. Juf heeft me toen de tijd gegeven om zelf met een voorstel te komen. Nu ga ik binnenkort een workshop geven aan de klas over programmeren. Vet cool!” 

Vond je deze tips nuttig en wil je voortaan ook tips van Smart-Ease in je mailbox? Klik hier
Vond je dit nuttig? Dan kun je het delen!
Geplaatst in Blog, Gedrag en emoties, Gedrag en opvoeding, Hooggevoeligheid, Uit de praktijk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.